Schippersverhalen
Door het Groningse landschap bewegen schippers die grondstoffen vervoeren, aanmeren, laden en schepen slepen. Wie zijn deze mensen en waar komt hun sterke band met het water vandaan?
Sinds 2025 portretteer ik een diverse groep schippers die midden in het Groningse landschap werken en leven. Die fascinatie voor de scheepvaart komt van dichtbij: ik komt zelf uit een schippersfamilie, omringd door verhalen over het water, vol nuchtere trots, avontuur en het harde dagelijkse werk.
Schippersverhalen is een lang lopend project en onderdeel van mijn afstuderen aan het Frank Mohr Instituut (Academie Minerva)t: te zien in de Der Aa Kerk, Groningen. 25 t/m 28 juni 2026, dagelijks open van 13:00 - 21:00.

Tijdens het werken aan deze serie ontdekte ik hoe het leven op het water zichtbaar blijft op het land: oude scheepsmasten in tuinen, ankers naast huizen en bordjes met scheepsnamen op gevels. Vaak van (oud-)schippers die, net als mijn grootouders, hun mast en anker van boord naar de wal brachten.
In de tentoonstelling hangt een brief, die ik aan de bezoeker van de tentoonstelling schreef, om iets meer over het werk en de portretten te vertellen. Ik deel de brief hieronder met je als lezer op deze website. Daarna vind je de foto's van het tweede deel van de serie.
Groningen 16 juni 2026.
Beste lezer,
Deze brief schrijf ik aan jou als kijker van deze tentoonstelling. Je kijkt naar de serie ‘Schippersverhalen’. Ik wil je er graag iets verder in meenemen, het is een serie waar ik al langer aan werk en dichtbij me staat.
Mijn grootouders hebben elkaar ontmoet op een ‘dansschip’: een schip waarvan het ruim leeg was, en waarin schippers elkaar ontmoetten en samen danssten. Zij hebben samen gedanst tot het einde van hun samenzijn. Op de kleine foto hiernaast, zie je ze in de jaren 70 samen dansen, in de stuurhut van hun schip. Toen zij van het schip naar de wal verhuisden, namen zij hun mast en anker mee, plaatsten deze in hun voortuin en kochten een pleziervaart-bootje, waar ze tot het laatst het liefste waren.
De verhalen van mijn grootmoeder, al rokend in haar woonkamer, verwonderden en ontroerden me altijd, zij is het startpunt geweest voor deze serie. Het zijn verhalen over het woelige water, hard werken, samen zijn en een soms ruw, nomadisch leven. Zij voer haar hele leven, net als haar ouders, en net haar zoon: mijn vader Geert. Je ziet hem op de tweede foto naast de scheepsmast van zijn ouders, die hij na hun overlijden in zijn voortuin in Wildervank plaatste. Mijn jongste broer Duuc heeft inmiddels ook bijna zijn schippers-papieren. Dat varen en dat water, is iets wat vaak generaties doorloopt.
In de tentoonstelling Rauw Vermogen van Noorderlicht, te zien tijdens de World Press Photo Tentoonstelling (2025) in de Niemeyer Fabriek presenteerde ik de eerste versie van Schippersverhalen. Ik portretteerde destijds Samantha Schreuder, de jachthavenmeester van Jachthaven Neptunes in Delfzijl. Ik zocht afgelopen maanden opnieuw contact met haar, met de vraag of ze meer schippers kende die hun master, anker of andere attributen van hun schip mee naar huis namen bij het verhuizen van het schip naar de wal. Zij bracht me in contact met haar ouders Jan & Grietje Schreuder, die hun naambord van het schip op de gevel van huis hingen, naast de voordeur. Het grote naambord van het schip Monaco dient inmiddels als kapstok in de hal, en werd gemaakt door de vader van Jan.
In de de afgelopen weken tuurde ik tijdens autoritten uit mijn raam in de hoop meer scheepsmasten te ontdekken, reed door het platteland van Groningen - dorp in, dorp uit - en bedacht me dat het een vreemd gegeven is om zomaar bij iemand aan te bellen, met de vraag of ik misschien iets meer mag weten over de scheepsmast in diens tuin, om daar vervolgens een foto van te maken. Scheepsmasten-tour noemde ik het. Bij Cees van Dijk vroeg ik het toch, ik had zijn scheepsmast eerder die week vanuit mijn autoraam gespot. Cees is geboren in Utrecht en groeide gedeeltelijk op in Nieuwe Pekela. Na zijn werk als schipper in de sleepvaart verhuisde hij naar Annerveenschekanaal om dichtbij het water te blijven en plaatste zijn voormalig anker in zijn tuin, naast een scheepsmast en een schroef.
In 2023 opende ik een postbus en deed ik een oproep in de krant: met de vraag of (oud)-schippers met me wilden schrijven of in gesprek wilden gaan over hun leven op het water, en wat er gebeurt als je daarna aan de wal komt te wonen. Ype Copinga schreef als reactie hierop een handgeschreven en gedetailleerde brief over zijn leven als schipper. In de brief voegde hij een tekening toe van het schip de Zwerver, waar hij zelf als kind op groot is gebracht. Op de vijfde foto zie je Ype in zijn achtertuin bij de scheepsmast van het schip De Grietje waar hij jaren met zijn vrouw Grietje op voer: je ziet ze samen op de laatste foto op deze muur. Op deze muur zie je ook een stukje uit de brief die Ype me stuurde. Ik heb besloten het niet te vertalen of te verbeteren, dat hij me destijds een brief schreef is al bijzonder genoeg. Ype schrijft fonetisch, net als veel schippers uit die tijd. Hij wisselde zo’n 21 keer van school: daar waar je aan de wal lag, sloot je aan bij een nieuwe klas.
In die masten, ankers, scheepsborden & schroeven in voortuin of op gevels vind ik iets wat me verwondert: een soort trots, maar ook iets dat communiceert naar de buitenwereld: waar je vandaan komt, wie je bent (schipper of oud-schipper), iemand die vaart of heeft gevaren, de verbinding met het schip en een grote liefde voor het water.
Dank voor je tijd en aandacht,
Jedidja
Credits
Bijzondere dank aan: mijn familie, ieder met wie ik mee mocht varen, koffie dronk, zomaar aanbelde, uren kletste en mocht portretteren.
Dank aan: Noorderlicht, World Press Photo, Academie Minera, Frank Mohr Instituut, de Der Aa Kerk.




















%20Routekaart%20Buskruit-1.jpg)